Organisatienetwerken hebben de toekomst, nu al!

Paul Doevendans

Opbloeiende organisatienetwerken om ons heen

Zeker, “organisatienetwerken hebben de toekomst”. Daar ben ik van overtuigd. Maar ik kom ze ook nu al vrijwel iedere dag tegen in onze maatschappelijke adviespraktijk. Zo denk ik mee met een woningcorporatie die het initiatief neemt tot gezamenlijke maatschappelijke dienstverlening met andere organisaties. Waarom? Omdat ze daarmee mensen niet afzonderlijk als huurder, patiënt, cliënt, klant of burger benaderen, maar als ‘hele mensen’ met behoeften en wensen die van alles met elkaar te maken hebben. En ik zie lokale netwerken opbloeien waar maatschappelijke partners samen prestaties afspreken en realiseren – mede gestimuleerd door de herziene Woningwet. Nu nog zijn het veelal tripartite overleggen tussen huurdersorganisaties, corporaties en gemeenten, maar ‘3-plus-netwerken’ bloeien op om complexe maatschappelijke vraagstukken op het gebied van wonen en zorg, leefbaarheid en duurzaamheid aan te pakken.

Organisatienetwerken in soorten en maten

Wat is nu precies een organisatienetwerk? In de literatuur wordt het omschreven als “een netwerk van soevereine organisaties die samen een outcome realiseren die geen van de afzonderlijke organisaties zelfstandig had kunnen bereiken”. Maar is dat dan anders dan een samenwerking tussen organisaties? Zeker. In feite is er sprake van een nieuw organisatiemodel waarin binnen het organisatienetwerk een gezamenlijk doel wordt gerealiseerd en de afzonderlijke deelnemende organisaties zelf als het ware daarvan de backoffices vormen. Het organisatienetwerk is de frontoffice, de organisatie waar gezamenlijke maatschappelijke waarde wordt gecreëerd of maatschappelijke dienstverlening plaatsvindt. En een organisatienetwerk kent eigen vormen van aansturing (governance) en inrichting, met eigensoortige organisatiekwesties.

In en rondom de corporatiesector zien we steeds meer en bredere samenwerkingen, over de traditionele grenzen van organisaties en domeinen heen, met partijen vanuit de zorg- of energiesector. Dat kan ook niet anders als je hardnekkige maatschappelijke vraagstukken succesvol wilt aanpakken. Vraagstukken als armoede en tweedeling, de huisvesting en zorg voor verwarde personen en de leefbaarheid in complexen en buurten. Het zijn grote uitdagingen die vragen om een samenbundeling van krachten in nieuwe organisatievormen. Ze vragen om anders denken, om anders doen, om anders organiseren: in organisatienetwerken rondom thema’s, gebieden, doelgroepen; op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Ze zijn er in vele soorten en maten.

De kracht van organisatienetwerken!?

Organisatienetwerken zijn beter dan afzonderlijke organisaties in staat wicked problems op te lossen en maatschappelijke meerwaarde te realiseren. Zeker als de vraagstukken de grenzen van maatschappelijke domeinen en de competenties van individuele organisaties overstijgen. Dat is in elk geval de veronderstelling. Maar klopt die ook?

Ik denk dat het op zichzelf een plausibele gedachte is dat “samen zaken oppakken”, die je als organisatie in je eentje niet aankan, tot betere maatschappelijke resultaten leidt. Soms ook staat wetgeving in de weg van het realiseren van maatschappelijke ambities en moet je wel samen optrekken om waarde te creëren. De organisatie- en bestuurswetenschappen geven aanwijzingen dat organisatienetwerken toegevoegde waarde (kunnen) hebben. Ze bieden namelijk een rijker repertoire aan handelingsmogelijkheden dan individuele organisaties. Ze kunnen niet alleen meer, maar organisatienetwerken kunnen hun grotere diversiteit aan rollen en competenties ook “dan en daar” inzetten waar nodig. Dat maakt deze organisaties flexibeler dan klassieke organisaties. Tegelijkertijd bieden organisatienetwerken duurzamer commitment op hun gezamenlijke missie dan klassieke samenwerkingsverbanden.

Vragen naar de betekenis van organisatienetwerken

Gegrepen door mijn ervaringen met organisatienetwerken, volgde ik een verdiepende masterclass op dit thema aan TIAS. Boeiend. Zo ook de kritische maar even terechte vraag: in welke mate zijn organisatienetwerken effectiever dan (samenwerkingen van) individuele organisaties?

Dergelijke vragen naar de (meer)waarde van organisatienetwerken, liggen op tafel bij de start en doorontwikkeling van een netwerk. Bestuurders zullen daarop een bevredigend antwoord moeten kunnen geven. Ook toezichthouders, intern en extern, willen zicht hebben op wat er in het netwerk gebeurt en hoe het netwerk als geheel en ‘hun actoren’ in dat netwerk presteren. Professionals die dagelijks in het netwerk actief zijn, willen (en moeten) eveneens ervaren, dat hun inzet zin en effect heeft. Netwerkmanagers die het functioneren en de ontwikkeling van organisatienetwerken faciliteren en stimuleren, hebben vanzelfsprekend goed zicht nodig op hun werking en opbrengst.
Organisatienetwerken en de daarin deelnemende partijen zullen zich hierover naar elkaar en naar de samenleving moeten kunnen verantwoorden, zoals nu in het visitatie-experiment ‘de kracht van het lokale woonnetwerk’ wordt beproefd. Er zijn daarbij handvatten nodig om de (potentiële) waarde van organisatienetwerken te kennen en beoordelen.

Antwoorden liggen in het verschiet

Het blijkt lastig om de (potentiële) prestaties van een netwerk vast te stellen. En nog lastiger is het om vast te stellen dat een organisatienetwerk beter presteert -of zal presteren- dan de optelsom van samenwerkende individuele organisaties? Maar er liggen antwoorden in het verschiet.

Een mogelijke route is om te kijken naar de capaciteit of het vermogen van een organisatienetwerk. Dan stel je vragen als: heeft een organisatienetwerk een krachtig en duidelijk gezamenlijk doel geformuleerd? Is de aansturing van het netwerk goed georganiseerd? Zijn er voldoende strong en (vooral) weak ties om het netwerk van sociaal kapitaal te voorzien? Is de diversiteit in het netwerk voldoende om in alle gewenste rollen en competenties te kunnen voorzien? En weegt de eventuele hogere opbrengst op tegen de kosten die met een organisatienetwerk zijn gemoeid?

Het is een waardevolle route, met heldere vragen, maar niet voldoende om het daadwerkelijk functioneren en presteren van organisatienetwerken te kunnen beoordelen. Ook daarvoor zijn ‘handvatten’ beschikbaar, maar vooral nog in ontwikkeling.

Samen werken aan meer zicht op de effectiviteit van organisatienetwerken

Bestuurders, toezichthouders, managers en belanghebbenden hebben elk vanuit hun eigen positie en verantwoordelijkheid behoefte en baat bij meer zicht op de capaciteit, het functioneren en presteren en op de maatschappelijke (meer)waarde die organisatienetwerken realiseren. Daaraan wil ik de komende jaren graag werken, samen met mijn collega’s en met betrokkenen uit de praktijk, beleidsmakers en wetenschappers.

Wil je meewerken aan een beter zicht op organisatienetwerken, met een kwestie of vraag, een aansprekende praktijkcasus, een lerende pilot of een kansrijk model? Neem dan contact met ons op. Laten we krachten bundelen en samen kijken hoe we de waarde van organisatienetwerken in de praktijk kunnen onderzoeken en versterken.

Voor meer informatie over dit programma-in-ontwikkeling ‘organisatienetwerken’ kun je terecht bij de volgende Atrivé-adviseurs: Paul Doevendans, Olga Verschuren en Tijs de Jong.

Meer weten of overleggen?

Neem contact met mij op.

 *
 *
naam@bedrijf.nl
012-3456789
 *
Paul Doevendans
T: 06 - 53 92 51 89
E:p.doevendans@atrive.nl
LinkedIn
Paul Doevendans