Zelfevaluatie scherpt toezichtvisie en geschiktheidsmatrix (fit&propertest) aan

Robert van Bendegem en Gerrit van Vegchel

Tekst (max 300 woorden)

In de praktijk merken wij dat de zelfevaluatie steeds minder wordt gezien als een verplicht nummer, maar juist wordt ingezet als kritische reflectie inclusief verbeterpunten naar de toekomst toe. Wat we ook zien, is dat de zelfevaluatie nog te vaak ‘stand-alone’ wordt toegepast. Een gemiste kans, aangezien de zelfevaluatie een prima basis vormt om vanuit een integrale én pragmatische aanpak op meerdere onderdelen de governance te versterken.

Sinds het verschijnen van de Woningwet en de uitwerking in het BTIV staat good governance in de schijnwerpers. Good governance vraagt om periodieke reflectie en zelfonderhoud. De zelfevaluatie, rolbewaking, inzet van benodigde kwaliteiten (zowel voor bestuurders als commissarissen) en in het verlengde de fit & propertest zijn hierbinnen belangrijke onderdelen.

Nu het speelveld van de RvC inclusief regels en bepalingen min of meer is uitgekristalliseerd, is het vooral een kwestie van slim verknopen. De zelfevaluatie is immers niet de enige verplichting. Een ander voorbeeld is de in te dienen geschiktheidsmatrix, als onderdeel van de aanvraag bij de Autoriteit voor de nieuw/her te benoemen commissarissen. Met deze matrix worden de kwaliteiten van de commissarissen tegen elkaar afgezet. Ook zijn er up-to-date functieprofielen en een toets op competenties voor de aanvraag benodigd. En deze laatste onderdelen zijn naast de taakuitoefening juist weer de onderleggers voor het opstellen van de toezichtvisie, zoals deze als verplichting is opgenomen in de Governancecode.

Met een zelfevaluatie die vooral wordt ingezet als bouwsteen voor de toezichtvisie en fit & propertest, snijdt het mes aan twee kanten. Naast een kritische reflectie op het huidig functioneren, staat hierin de toekomstgerichtheid van de RvC als zodanig centraal. Antwoorden op vragen als ‘Waar ligt voor ons als RvC de maatschappelijke en bedrijfsmatige focus?’, ‘Hoe willen we toezicht houden?’, ‘Wat vraagt dit van de collectieve én afzonderlijke kwaliteiten en competenties?’ en ‘Hoe verankeren we deze nu en naar de toekomst gelet op de opgaven van de corporatie?’ zijn de opmaat naar een goed doordachte invulling op voornoemde governanceaspecten.

Met andere woorden: de toezichtvisie, de aanscherping op de functieprofielen, de geschiktheidsmatrix van de Autoriteit en de toets op competenties vloeien hier logischerwijs uit voort. Bovendien wordt vanuit pragmatische insteek de zelfevaluatie als toekomstgericht instrument verstevigd, en de integraliteit van de governance versterkt. En last but not least, een dergelijke aanpak scheelt tijd (en geld)!

Atrivé heeft het afgelopen jaar diverse zelfevaluaties begeleid. Op basis van een doorontwikkelde digitale vragenlijst, gesprekken met de voorzitter van de RvC en bestuur en een evaluatiegesprek met de gehele RvC komen we tot een verslag met concrete aandachtspunten. Sterke punten van een Atrivé zelfevaluatie:

  • Recente referentiebeelden
  • Gevalideerde vragenlijst
  • Aandacht voor interne teamdynamiek RvC
  • Bekend met regionale volkshuisvestelijke opgaven (belang prioriteiten volkshuisvesting)
  • Kennis wet- en regelgeving (doorpakken met toezichtvisie, profielschetsen, geschiktheidsmatrix, fit&propertest)

Meer vragen over de zelfevaluatie als toekomstgericht instrument?

Neem contact op met Robert van Bendegem of Gerrit van Vegchel